19, 20 en 21 Eeuwse Kunst


Toevoegen aan winkelwagen
Maximum: 1

Boonstra, Klaas Boonstra
[2007063]

€750,00

5 van 5 sterren5 van 5 sterren

Klaas Boonstra
1905-1999

Klaas Boonstra was van jongs af aan bezig met tekenen. Hij werd geïnspireerd door de natuur in zijn woonomgeving Krommenie en verwerkte de indrukken in tekeningen.
Hij heeft zich nooit beperkt tot één stijl of stroming, maar ging zijn eigen weg en ontwikkelde een werkwijze waarin hij zonder vooropgezet plan uiteenlopende afbeeldingen maakte, van figuratief tot abstract. Dat noemde hij “schilderen met verbeelding”.

Klaas Boonstra studeerde vanaf 1932 aan de Rijksacademie in Amsterdam en kreeg daar les van de schilder J.H. Jurres en vanaf 1935 van de hoogleraar Monumentale Kunst, Heinrich Campendonk.
Hij bewonderde Matisse en Picasso, wier stijlinvloeden zich soms in zijn werk openbaarden.
Het meest was hij onder de indruk van het werk van Kandinsky: “Dat werk lag mij omdat ik zelf ook in de verbeeldingswereld leef”.
Hij verwierf de Koninklijke Subsidie in 1936 en 1939.

Boonstra had contacten met de Experimentelen (Appel, Brands, Constant en Wolvecamp), doch sloot zich niet bij hen aan. Hij naam deel aan tentoonstellingen van expositieverenigingen als De Keerkring (1949) en Stuwing (vanaf 1951) die geen specifieke richting vertegenwoordigden, maar vanuit een gemeenschappelijke ‘moderne’ gezindheid hun leden expositiegelegenheid boden.
In 1951 liet hij zich overhalen om lid te worden van Creatie, Vereniging tot bevordering van de Absolute Kunst, doch bij dit ene lidmaatschap is het voor hem, die liever zijn eigen weg ging, gebleven.

Vanuit Amsterdam verhuisde Boonstra in 1961 naar Den Haag en van daaruit in 1972 naar het Zeeuwse Schore, waar hij de stilte van zijn geboortedorp terug vond en volledig in beslag werd genomen door zijn droombeelden. Hij was blij met de rust, de boomgaarden en de Schelde vlakbij en werkte dagelijks tot nagenoeg het einde van zijn lange leven.

Opvallend in het gehele oeuvre van Klaas Boonstra, is zijn uitzonderlijke kleurgebruik.
Het zijn vaak pasteltinten die elkaar als echo’s versterken, krachtig en helder, altijd harmonisch. De combinatie van kleuren oogt zo vanzelfsprekend, dat het gedurfde karakter ervan nauwelijks opvalt.

Veel werk van Klaas Boonstra is aangekocht door het Rijk, door musea, bedrijven en particulieren. De artistieke nalatenschap van de kunstenaar wordt beheerd door de Stichting Klaas Boonstra.

Van jongs af aan was hij bezig met tekenen en schilderen, werd van huis uit ook gestimuleerd. Volgde tekenlessen naast zijn werk en kon met een toelage van zijn werkgever in 1932 naar de Rijksacademie in Amsterdam. Hier kreeg hij les van de schilder J.H. Jurres en van de hoogleraar Monumentale Kunst, Heinrich van Campendonk. Hij werd opgenomen in Campendonks ‘Meisterklasse’ en ontwierp glas-in-lood ramen.
In zijn werk zijn stijlinvloeden te zien van Matisse, Picasso en Kandinsky. Met Kandinsky voelde hij een diepe geestverwantschap omdat deze hem toonde dat de verbeelding een kostbare inspiratiebron was.

Klaas Boonstra leefde in de verbeeldingswereld, werkte afwisselend figuratief en abstract, expressief, in frisse kleuren, soms statisch maar meestal een dynamisch samenspel van fantasievormen/vrije vormen zoals hij ze zelf noemde.

Hij was erg op zichzelf gericht en voelde weinig behoefte om zich aan te sluiten bij groepen. Hij had contact met de Expirimentelen en werd door Appel en Corneille gevraagd voor Cobra, doch bedankte hiervoor. In 1951 werd hij wel lid van Creatie, platform voor zuiver non-figuratief werkende kunstenaars, waar men verder ging op de weg van de ‘Absolute Kunst’.
Van Amsterdam verhuisde hij in 1961 naar Den Haag en van daaruit in 1972 naar Schore (Zeeland) waar hij de stilte en natuurlijke omgeving van zijn geboortedorp terug vond. Tot aan zijn dood schilderde hij in die afzondering zijn droombeelden.

De in Amsterdam gevormde beeldend kunstenaar Klaas Boonstra vestigde zich, na Amsterdam en Den Haag, in 1972 samen met zijn echtgenote Rietje Figee in het Zuid-Bevelandse dorp Schore. In deze zelfverkozen afzondering zou hij daar ruim 25 jaar wonen en werken.Van jongs af aan was Klaas Boonstra bezig met tekenen en schilderen. Op 26 jarige leeftijd kon hij met financiële steun van de directeur van de plaatselijke linoleum fabriek naar de Rijksacademie in Amsterdam, waar hij les kreeg van J.H.Jurres en monumentale kunst studeerde bij de beroemde glazenier Heinrich Campendonk.

In de oorlog was hij actief in het Amsterdamse verzet en zag hij zich genoodzaakt onder te duiken. Na de oorlog werkte hij in expressieve frisse kleuren en werd hij beinvloed door belangrijke Franse meesters als Picasso en Matisse.Toen hij besloot zich in Zeeland te vestigen was hij reeds een gevestigd beeldend kunstenaar, die gerekend werd tot de na-oorlogse Amsterdamse 'Experimentelen', zoals Appel, Brands, Constant en Wolvencamp.

Eigenzinnig als hij was sloot hij zich niet bij hen aan. Intensief contact of samenwerking met anderen lag niet in zijn aard.Wel nam hij deel aan tentoonstellingen van expositieverenigingen als De Keerkring en Stuwing. In 1951 werd hij uiteindelijk lid van de 'Vereniging tot bevordering van de Absolute Kunst' Creatie.

Boonstra schilderde in die tijd abstracte en geometrische composities, bestaand uit een dynamisch samenspel van kleurige fantasievormen die gevoelsmatig, al werkend, tot stand komen. Ook in Zeeland blijft zijn werk onvoorspelbaar, maar altijd spontaan, intuïtief en afwisselend figuratief en abstract.In een interview met de Provinciale Zeeuwse Courant, in september 1995, zegt hij hierzelf over: «Je kunt een schilderij van te voren niet bedenken» en `Ik schilder met mijn verbeelding`. Hij noemt zichzelf met recht een 'Verbeeldend kunstenaar'.

Nederlands schilder,wandschilder,tekenaar van figuurvoorstellingen, landschappen en non-figuratief. Boonstra was vanaf 1932 leerling van de Rijksacademie te Amsterdam en kreeg daar les van Campendonck. Woonde en werkte in Amsterdam van 1940 - 1961 en in Den Haag van 1961 - 1970. Boonstra liet zich inspireren door allerlei stromingen en kunstenaars uit de moderne kunst, zoals Picasso, Matisse, Chagall en Kandinsky. Die invloeden zijn duidelijk in zijn werk aanwijsbaar. Met name is dat merkbaar bij zijn stillevens, vrouwfiguren en interieurs. Maar Boonstra's werk is afwisselend figuratief en abstract. Eind jaren veertig werd Boonstra door Appel en Corneille gevraagd om deel te nemen aan het kunstenaarscollectief Cobra, omdat zijn kunst aan hun doelstellingen beantwoordde. Hij sloot zich echter niet aan bij Cobra, maar in 1951 werd hij wel lid van de een jaar eerder opgerichte abstracte kunstenaarsvereniging Creatie. Vanaf de jaren zestig raakte hij steeds meer in zichzelf gekeerd en nadat hij begin jaren zeventig naar Zeeland was verhuisd, schilderde hij in afzondering zijn droombeelden. Enkele jaren voor zijn dood richtte kunstenaar Klaas Boonstra (1905-1999) de Stichting Klaas Boonstra op. Deze stichting beheert zijn artistieke nalatenschap, die een oeuvre omspant van 245 schilderijen en twaalfhonderd werken op papier. Ook reikt de stichting de tweejaarlijkse Klaas Boonstra Cultuurprijs uit.

Van jongs af aan was hij bezig met tekenen en schilderen, werd van huis uit ook gestimuleerd. Volgde tekenlessen naast zijn werk en kon met een toelage van zijn werkgever in 1932 naar de Rijksacademie in Amsterdam. Hier kreeg hij les van de schilder J.H. Jurres en van de hoogleraar Monumentale Kunst, Heinrich van Campendonk. Hij werd opgenomen in Campendonks ‘Meisterklasse’ en ontwierp glas-in-lood ramen.
In zijn werk zijn stijlinvloeden te zien van Matisse, Picasso en Kandinsky. Met Kandinsky voelde hij een diepe geestverwantschap omdat deze hem toonde dat de verbeelding een kostbare inspiratiebron was.
Klaas Boonstra leefde in de verbeeldingswereld, werkte afwisselend figuratief en abstract, expressief, in frisse kleuren, soms statisch maar meestal een dynamisch samenspel van fantasievormen/vrije vormen zoals hij ze zelf noemde.
Hij was erg op zichzelf gericht en voelde weinig behoefte om zich aan te sluiten bij groepen. Hij had contact met de Expirimentelen en werd door Appel en Corneille gevraagd voor Cobra, doch bedankte hiervoor. In 1951 werd hij wel lid van Creatie, platform voor zuiver non-figuratief werkende kunstenaars, waar men verder ging op de weg van de ‘Absolute Kunst’.
Van Amsterdam verhuisde hij in 1961 naar Den Haag en van daaruit in 1972 naar Schore (Zeeland) waar hij de stilte en natuurlijke omgeving van zijn geboortedorp terug vond. Tot aan zijn dood schilderde hij in die afzondering zijn droombeelden.
Datum toegevoegd: 05/09/2017 door: De Kunsthistoricus
Copyright © 2020 Kunstverzameling Henk van der Kamp - toevoegen aan favorieten
Powered by Zen Cart