19, 20 en 21 Eeuwse Kunst


Toevoegen aan winkelwagen
Maximum: 1

Fauconnier, Henri Le Fauconnier
[2007202]

€850,00

5 van 5 sterren5 van 5 sterren

Henri Le Fauconnier
1881-1946

Henri Victor Gabriel Le Fauconnier (Hesdin, 5 juli 1881 – Parijs, 25 december 1946) was een Franse kubistische schilder.

Le Fauconnier kwam in 1901 naar Parijs, waar hij na een rechtenstudie aan de École de Droit, leerling werd in het atelier van Jean Paul Laurens en zich in 1906 inschreef aan de Académie Julian. Hij wijzigde zijn naam in Le Fauconnier en nam deel aan de Salon des Indépendents van 1904. Zijn schilderstijl was verwant aan het werk van Henri Matisse. Hij verbleef van 1907 tot 1908 gedurende een jaar in Ploumanac`h (Perros-Guirec) in de regio Bretagne en kwam een jaar later in contact met de schilders Albert Gleizes en Robert Delaunay. In 1910 werd hij door Wassily Kandinsky gevraagd de tekst te schrijven voor een catalogus van de groepering Neue Künstlervereinigung München, waarvan hij ook lid werd en in 1911 reisde hij naar Italië. Hij startte een atelier in de Rue Visconti in Parijs en nodigde gelijkgestemde kunstenaars uit om lessen te volgen van Paul Cézanne. Met de schilders Jean Metzinger, Albert Gleizes, Fernand Léger, Robert Delaunay, droeg hij bij aan het schandaal genaamd kubisme tijdens de Salon des Indépendants van 1911. Le Fauconnier maakte ook deel uit van de groepering Section d'Or.

In 1912 nam hij met Alexander Archipenko deel aan een expositie in het Museum Folkwang in Hagen. Nog in hetzelfde jaar kreeg hij de leiding over de Parijse Académie de la Palette, waar hij onder andere les gaf aan Marc Chagall. Hij huwde in 1912 in Moskou met de Russische Maroussia Barannikoff. Le Fauconnier werd in 1914, tijdens een verblijf in Domburg (bij Jan Toorop), verrast door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en besloot, om de Franse dienstplicht te ontlopen, in Nederland te blijven. Hij oefende een grote invloed uit op de Bergense School en introduceerde de nieuwe kunststromingen in Nederland. Hij ging in 1919 in Bergen wonen. Pas in 1920 keerde het echtpaar Le Fauconnier naar Parijs terug.

Hij woonde vanaf 1923 gedurende de zomermaanden in Grosrouvre, Île-de-France. In 1932 overleed Maroussia. Le Fauconnier stierf daar in 1946 aan een hartaanval. Zijn lichaam werd pas na 2 weken gevonden. Hij werd bijgezet in het graf van zijn echtgenote in Grosrouvre.

Le Fauconnier doorliep tijdens zijn leven als kunstenaar diverse artistieke fases. Allereerst een neo-impressionistische periode (1905-1907), dan de Bretonse periode (1908) in de stijl van de Nabis en de Fauves. Dan volgden de kubistische periode (1909-1913) en de Nederlandse expressionistische periode (1914-1919).

Zijn grootste bekendheid verwierf de kunstenaar evenwel met zijn oeuvre in de door het kubisme en futurisme beïnvloede werk uit de periode kort voor de eerste wereldoorlog.

Zijn werk bevindt zich in de collectie van vele musea in Frankrijk (Brest, Beauvais, Lyon, Parijs), Nederland (Den Haag, Haarlem, Bergen), Rusland (Sint Petersburg), Duitsland (Bremen), Oostenrijk (Wenen) en de Verenigde Staten (New York).
Museum Kranenburgh in Bergen(NH.
Stedelijk Museum Alkmaar in Alkmaar.

Le Fauconnier werd in Parijs gezien als een leidende figuur van de kubisten van de Montparnasse en onderhield vele contacten met Europese avant-gardekunstenaars. Zijn schilderscarrière was vlak na de eeuwwisseling begonnen. In 1901 trok hij als Henri Victor Gabriel Fauconnier vanuit zijn geboorteplaats Hesdin naar Parijs om rechten te studeren. Na zijn opleiding werd hij leerling in het atelier van Jean Paul Laurens, en in 1906 schreef hij zich in aan de Académie Julian. Hij had inmiddels zijn naam gewijzigd in 'Le Fauconnier', en in 1904 deelgenomen aan de Salon des Indépendents. In de eerste jaren maakte hij figuratief werk waarin hij experimenteerde met perspectief en kleur, beïnvloed door Matisse en door het felle kleurgebruik van de Fauves. Le Fauconnier reisde naar Bretagne, waar hij een jaar verbleef, legde nieuwe contacten met moderne schilders uit het buitenland en reisde in 1911 naar Italië. Bij terugkomst in Parijs richtte hij een atelier op en nodigde gelijkgestemde kunstenaars uit om lessen te volgen van Paul Cézanne. Met onder andere Jean Metzinger, Fernand Léger en Robert Delaunay shockeerde hij de Parijse kunstwereld toen hij tijdens de Salon des Indépendants van 1911 zijn nieuwe kubistische werk liet zien. Hij nam deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland, en kreeg in 1912 de leiding over de Parijse Académie de la Palette, waar hij onder andere les gaf aan Marc Chagall. Al voor hij in 1914 naar Nederland kwam, was Le Fauconnier hier al bekend: hij stond in nauw contact met Nederlandse kunstenaars die in Parijs woonden en had met maar liefst 33 werken deelgenomen aan een tentoonstelling van de Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum. De tentoonstelling was onderdeel van een reeks, georganiseerd door Conrad Kickert om binnen- en buitenlandse moderne kunst in Nederland te exposeren.

Vooral de expositie van het werk van Cézanne en het kubistische werk van Picasso, Braque, Herbin, Schelfhout en Le Fauconnier stonden in de belangstelling. Het viel op dat Le Fauconnier andere opvattingen had betreffende het kubisme dan de meeste kunstenaars. In de tentoonstellingscatalogus verscheen zijn theoretische uiteenzetting 'La sensibilité moderne et le tableau', waarin Le Fauconnier zijn meer expressionistische opvatting van het kubisme verdedigde. Hij sprak van een gematigder kubisme, waarin de zichtbare werkelijkheid altijd herkenbaar blijft en waarin intuïtie een centrale plaats inneemt. Nederlandse kunstenaars zagen zijn theorie als het 'manifest' van het kubisme, en zijn stijl vond vrij gemakkelijk aansluiting bij het zoeken van de Nederlandse kunstenaars naar verinnerlijking.

De oorlog hield Le Fauconnier in Nederland. Na zijn verblijf van enkele maanden in Veere vestigde hij zich met zijn vrouw in Amsterdam, waar ze tot 1920 bleven wonen. Gedurende de zomers van 1915 en 1916 verbleven ze in Zandvoort, en in 1919 in Bergen. Le Fauconniers kubistisch-expressionistische stijl werd via de kunstenaarsvereniging 'Het Signaal', door hem en Piet van Wijngaerdt in 1916 opgericht, verder in Nederland verspreid. De kunstenaars binnen het Signaal maakten rijkelijk gebruik van schaduw, sterke kleuren, lijnen en vlakken om een grotere mate van innerlijkheid en diepte te bereiken. Hun werk legde de basis voor het donkere, figuratieve expressionisme van de Bergense School. Ondanks dat Le Fauconnier maar een jaar in Bergen woonde, was zijn aanwezigheid van cruciaal belang voor de ontwikkeling van deze nieuwe stijl, onder meer omdat hij de schilders in Bergen kennis liet maken met de ideeën van Paul Cézanne. De Bergense School ontwikkelde zich onafhankelijk van verdere internationale trends, want Franse en Duitse kunstcentra waren door de oorlog buiten beeld geraakt. De Nederlandse kunstenaars moesten zelf hun artistieke richting bepalen. De invloed van de nieuwe stroming is te zien bij kunstenaars als Leo Gestel, Jan Sluijters en Charley Toorop, maar ook bij de Belgische schilder Gustave De Smet, die tijdens de oorlogsjaren in Nederland verbleef en hier de overgang maakte naar een expressionistische schildertrant. Toen Le Fauconnier na een jaar Bergen verliet, was ook de Bergense School over zijn hoogtepunt heen. De schilder zou niet lang daarna terugkeren naar Frankrijk.
Datum toegevoegd: 13/12/2018 door: De Kunsthistoricus
Copyright © 2021 Kunstverzameling Henk van der Kamp - toevoegen aan favorieten
Powered by Zen Cart